Een boek. Over hoe je tegen kinderen praat. Da’s toch een van de eerste dingen die lukt, als ouder. Als leerkracht. Als verzorger. Als voetbaltrainer.

Ha. Haha.

Het ligt er maar aan wat je onder praten verstaat. Weet ik nu. En je kunt het boek ook gebruiken als je met volwassenen in contact bent. Met een leidinggevende. Met iemand aan wie je leiding geeft. Met je partner. Bijvoorbeeld.

Het leesbare, compacte boekje, met heel prettig na de ‘theorie’ een samenvatting in stripvorm, leerde mij zoveel meer.

De cursus daarna maakte het nóg beter toepasbaar in mijn leven.

Ik ben om. Ik ben fan. Het is geweldig om me deze techniek steeds meer eigen te maken. Het geeft geen grenzen, normen of standpunten wat je als opvoeder hebt te vinden. Het geeft je heel effectief gereedschap om te maken wat jij wilt maken. En ik kan eerlijk zeggen dat héél veel interacties in mijn bestaan makkelijker zijn geworden, gelijkwaardiger, prettiger én het is minder inspannend dan mijn ‘oude’ (gebrek aan) techniek.

En wat hoorde ik van mede-cursisten (en had ik ook al eens gedacht) die voor de klas staan: “als ze je dít nou eens zouden leren op de lerarenopleiding”!

Ik kan niet meer zonder en volg de Nederlandse bondgenoten gráág op Facebook.